De reis naar het paradijs en andere lesvoorbereidingen

 

De lessen voorbereiden

 

Bij de voorbereiding van de lessen heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de secundaire literatuur en enkele notities gemaakt ter voorbereiding van de les. Leerlingen zijn altijd erg geïnteresseerd hoe een schrijver onze tijd ziet of zou zien als hij nog leefde. Zij zijn er vaak van overtuigd dat er geen betere tijd is dan de onze en als een schrijver kritiek op ons heeft of ons een spiegel voorhoudt, dan leidt dat meestal tot een levendig debat. Zo hebben we onlangs uitvoerig gesproken over mijn stelling dat we allemaal een soort Faust zijn omdat we niet meer kunnen geloven en de wetenschap ondanks alle technologische vooruitgang ons niet bevredigt.

Dat thema keert terug bij Musil, die absoluut een voorvechter van de techniek en van het ingenieursdenken is, met dezelfde precisie over de ziel en het gevoelsleven zou willen spreken, maar toch wordt aangevreten door een gemis dat hij met de andere toestand wil compenseren. Ik heb de standpunten van een tweetal vorsers en een biograaf op een rijtje gezet zodat ik in de les wat meer interpretaties bij de hand heb. Bovendien heb ik twee notities geschreven, één over Meister Eckhart, en één over De reis naar het paradijs, die op de achtergrond een belangrijke rol spelen in de les.

 

Gunter Martens: De andere toestand en de moderniteit

Martens heeft een proefschrift geschreven waarin hij laat zien hoe Musil op de moderniteit reageert. Hij wijst er op dat Ulrich weliswaar vakantie neemt van zijn leven, maar toch wel degelijk uit is op het nemen van een besluit over hoe hij verder wil gaan (GM 292). In Ulrichs denken speelt de moderniteit een positieve rol. Hij houdt van zijn tijd en heeft als ingenieur veel waardering voor de technologische vooruitgang. Maar hij ziet ook hoe het denken van de mensen met wie hij te maken heeft ten achter blijft bij de techniek en de ingrijpende wijze waarop die techniek hun leven beïnvloedt en verandert. De tijd vraagt niet om een rigide moraal, om consensus of continuïteit op het terrein van waarden en normen, maar om het vermogen je vlot aan te passen, je flexibel op te stellen en om het pragmatisch oplossen van de problemen (GM 304).

Vanuit het perspectief van de moderniteit is de andere toestand eigenlijk een vreemde eend in de bijt van Musils roman, want die toestand laat zich niet rijmen met het rationalisme en het strategische denken van de moderniteit. De andere toestand gaat tegen de bevestiging van de moderniteit in. Het is een Fremdkörper. Ulrich leeft dus tussen twee tendensen. Enerzijds omhelst hij de moderniteit anderzijds heeft hij een hang naar al-éénheid, waarin het strategische denken en de doel-middelenrationaliteit het zwijgen wordt opgelegd en de ironie ophoudt (GM 328).

Het valt Martens op dat de andere toestand vooral een nieuw soort kennisleer op het oog heeft en een nieuwe manier van waarneming, die ontstaat wanneer het subject bereid is zijn doelen en ambities op te geven (GM 329) en zichzelf buiten de heersende ideologie van zijn tijd te plaatsen (GM 293). Het blijft echter bij woorden. Ulrich en Agathe praten veel met elkaar over dit onderwerp, maar de andere toestand wordt nauwelijks in een echte beleving gerealiseerd (GM 331). En dat ligt volgens Martens voor de hand, want volledige consensus zoals die tussen deze broer en zus heerst, leidt noodzakelijkerwijs tot verstarring, tot een letterlijk stilleven (GM 332).

Karl Corino: De andere toestand als biografisch feit

Dankzij Karl Corino’s meer dan 2000 bladzijden tellende en bijzonder spannend geschreven levensbeschrijving weten wij dat de andere toestand terug gaat op iets dat Musil zelf heeft beleefd. Het stuk uit De man zonder eigenschappen over Ulrichs liefdesgeschiedenis met de enkele jaren oudere echtgenote van een majoor (M 154-161), gaat terug op Musils verliefdheid op de pianiste en berggids Valerie Hilpert die ouder was dan Musil, en die hij leerde kennen tijdens een excursie in  de bergen. Zij spraken veel over Nietzsche, die toen net was overleden. Maar Musil heeft die liefde willen ontvluchten, heeft zich in eenzaamheid teruggetrokken, en terwijl hij aan haar dacht het visioen gekregen dat hij in het hart van de wereld was beland (KC 154-167). Deze Ekstase der Fernliebe (KC 524)  wordt in Musils roman en vertellingen op telkens andere wijze aan de orde gesteld en legt de basis voor de reflecties over de andere toestand.

Walter Fanta: De andere toestand als regressieve utopie

Walter Fanta beschouwt de andere toestand als een regressieve utopie. Ulrich vlucht weg uit de wereld en wil terug naar de baarmoeder. Het oceanische gevoel van eenheid met zichzelf en de wereld moet hem schadeloos stellen voor zijn onvermogen een antwoord te formuleren op de innerlijke leegte die hij in het vergadercircuit van de Parallelactie ervaart. Samen met zijn zuster Agathe kruipt hij terug in het ei en zweert hij de openbaarheid af. Deze uterine Utopie (WF 100) gaat politiek gezien gepaard met Musils weigering de realiteit van het nationaalsocialisme onder ogen te zien (WF 104). Broer en zus trekken zich terug en concentreren zich op hun gevoelens omdat ze de wereld niet meer aankunnen (WF 106). Cocooning zouden wij tegenwoordig zeggen, en in die cocon ontstaat hun esoterischer Liebesdiskurs (WF 139).

Fanta laat goed zien dat er uiteindelijk geen beslissing valt in de roman. Ulrich weet prachtig de twee tendenties van het Europese denken onder woorden te brengen. Enerzijds is er de faustisch-actieve opstelling die de natuur onderwerpt en comfort en technologische vooruitgang brengt. Als Faust blijft de moderne mens echter onbevredigd en leidt zijn innerlijke leegte tot oorlog en geweld. Anderzijds is er het contemplatieve leven in een oriëntaals aandoende passiviteit waaraan Musil met de andere toestand een geheel eigen invulling geeft en waarin de leegte die de actieve mens zo dwars zit als een positieve vorm van nihilisme wordt gewaardeerd. Maar er wordt niet echt gekozen voor één van beide denkwegen. Al naar gelang het uitkomt is men nihilist of activist. Fanta wordt niet moe te herhalen dat de roman op dit gelijkspel neerkomt (WF 147 en 360).

Dat neemt niet weg dat de andere toestand een effectief middel is om te ontkomen aan de legitimatiedwang en rechtvaardigingsdruk die uitgaat van de patriarchale maatschappij. Ulrich leidt niet alleen onder het bevel van zijn (inmiddels overleden) vader zich actief met de Parallelactie bezig te houden (WF 180). Hij wordt ook geconfronteerd met generaal Stumm von Bordwehr die hem keer op keer probeert terug te winnen voor de Parallelactie en hem nog maar weer eens het realiteitsprincipe uitlegt dat ieder denken tot oorlog leidt. Zijn zuster Agathe is duidelijk verder dan Ulrich wanneer zij zich tegen het patriarchaat weert. Zij legt haar kousenband in de lijkkist van hun vader, manipuleert de eretekens en onderscheidingen waarmee hij wil worden begraven en vervalst het testament zodat haar autoritaire echtgenoot onterfd wordt. Zij trapt als enige niet in de feestroes als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt (WF 193 en 339). Veel meer dan Ulrich, die eigenlijk meer over de andere toestand theoretiseert, is Agathe degene die de andere toestand in zich opneemt en werkelijk beleeft (WF 194).

Een duidelijk voorbeeld hiervan is deze passage. Ulrich tilt Agathe op en laat haar zweven. Eerst schrikt zij door deze onverwachte ingreep,

“Maar toen Agathe van haar schrik bekwam en zich niet zozeer door de lucht voelde vliegen als wel zich er veeleer in voelde rusten, van alle zwaarte plotseling bevrijd en in plaats daarvan door de zachte dwang van de gaandeweg langzamer wordende beweging geleid, bewerkstelligde een van die toevalligheden die niemand in zijn macht heeft, dat zij zich in deze toestand wonderbaarlijk vredig en kalm voorkwam, ja aan alle aardse onrust ontstegen; met een beweging die de balans van haar lichaam verlegde en die ze nooit zou hebben kunnen herhalen, ontdeed zij zich ook nog van de laatste zijden draad van dwang, draaide zich al vallend naar haar broer toe, zette als het ware in de val nog het omhooggaan voort, en lag neerzinkend als een wolk van geluk in zijn armen.” (M 1396)

Fanta is in zijn benadering van de andere toestand sterk door de psychoanalyse beïnvloed (net zoals Musil zelf). Dat heeft als voordeel dat Ulrich en Agathe ons menselijkerwijs dichterbij kunnen worden gebracht, maar als nadeel dat de metafysische dimensie van hun liefde onderbelicht blijft. Met name de mystieke dimensie komt tekort omdat Fanta haar met wantrouwen bejegent. Uiteindelijk gaat het Fanta erom aan te tonen dat Musil geen antwoord heeft kunnen vinden op de politieke impasse van zijn tijd. De andere toestand is geen alternatief voor de oorlog, want ook de mobilisatieroes is een vorm van de andere toestand, ook daarin versmelt men met zijn omgeving en wordt het principium individuationis opgeheven (WF 149). Uit Ulrichs liefde voor zijn zuster spreekt op de eerste plaats zijn onwil om te leven (WF 328-329). De grote kracht van Fantas boek ligt naar mijn mening niet in wat hij over de andere toestand zegt, maar in zijn doorwrochte beschrijving van hoe Musil de stad in Kakanië ziet (WF 118-147) en in zijn cartografie van de avontuurtjes die Ulrich heeft voordat hij Agathe ontmoet (het hoofdstuk Sex WF 279-320).

Laten wij om meer vertrouwd te raken met de andere toestand een blik werpen op Meister Eckhart, wiens denken Musil minstens evenzeer heeft beïnvloed als Freud, en op de manier waarop de andere toestand wordt beschreven in het fragment De reis naar het paradijs. Uit de secundaire literatuur zijn voor wat betreft Eckhart en Musil de studies van Schmidt en Gschwandtner, voor wat betreft de andere toestand die van Bücker en Zingel voor mij van betekenis (zie bibliografie). Zij worden niet afzonderlijk besproken, maar spelen op de achtergrond een belangrijke rol.

Afzondering en mystiek, Ulrich en Meister Eckhart

Musil heeft veel invloeden ondergaan en veel theorieën vinden in zijn werk hun neerslag. Nietzsche is zonder twijfel de voornaamste invloed. Hij komt niet alleen aan de orde in de roman zelf (bijvoorbeeld in het uitvechten van de controverse tussen Nietzsche en Wagner ten huize van Walter en Clarisse), maar vormt ook de dragende structuur van de roman zelf: het eigen leven tot experiment en zichzelf tot proefkonijn maken zoals Ulrich doet. Dat gaat soms zover dat er om met Nietzsche te spreken zelfs sprake is van een soort vivisectie op het eigen bestaan. In één van de voorstadia van de roman heet Ulrich Monsieur le Vivisecteur. Maar als het om de andere toestand gaat zijn niet Nietzsche en Freud, maar is vooral Meister Eckhart de grote man op de achtergrond. Eckhart wordt in de roman ook expliciet geciteerd:

“Ons oordeel over een daad is nimmer een oordeel over die kant van de daad die God beloont of bestraft: vreemd genoeg heeft Luther dat gezegd. Waarschijnlijk onder invloed van een van de mystici met wie hij een poosje bevriend was. Natuurlijk had menig andere gelovige dat ook kunnen zeggen. Het waren, in burgerlijke zin, allemaal immoralisten. Tussen de zonden en de ziel, die ondanks de zonden onbevlekt kan blijven, maakten zij bijna hetzelfde onderscheid als Machiavelli maakte tussen het doel en de middelen. Het ‘menselijk hart’ was hun ‘ontnomen’. ‘Ook in Christus was een uiterlijke en een innerlijke mens, en alles wat hij met betrekking tot uiterlijke dingen deed, deed hij vanuit de uiterlijke mens, en daar stond de innerlijke mens in onbeweeglijke afzondering naast,’ zegt Eckehart.” (M 155)

Wanneer wij nu de tekst van Eckhart over de afzondering (Von abegescheidenheit)   er zelf bijnemen, dan zien wij dat Musil de tekst bijna letterlijk heeft overgenomen. In de verhandeling gaat het op die plaats (ME II, 448, regel 28-32 en 450, regel 1) echter niet alleen over Christus maar ook over Maria. Maar de gehele argumentatie van Eckhart over het jezelf isoleren en het afzweren van je eigenschappen – dat staat allemaal al bij Eckhart en wel in een krachtige taal die aan de basis staat van het Duits als filosofische taal bij uitstek. Wanneer je Eckhart leest ben je getuige van de geboorte van het Duits als wijsgerige taal. Dat is indrukwekkend, ook als je niet op de eerste plaats bent geïnteresseerd in geloofszaken of christelijke theologie, zoals Musil en vele van zijn tijdgenoten die Eckhart opnieuw hebben ontdekt en intensief bestudeerd vanuit een perspectief waarin het er niet toe doet of je gelooft of niet.

De verhandeling zelf is een groot pleidooi voor de afzondering als weg om tot God te komen. Deze deugd is de hoogste deugd omdat zij de mens ertoe in staat stelt zich met God te verenigen zonder onderscheid zoals voor de schepping. De afzondering is volgens Eckhart beter dan de liefde omdat de liefde mij dwingt van God te houden, terwijl de afzondering God dwingt van mij te houden. God kan alles beter dan ik. Hij is er beter toe in staat zich met mij te verenigen dan andersom. Omdat God zelf pure afzondering is, moet hij zich wel tot zielen aangetrokken voelen die zich afzonderen.

Maar er is nog een tweede reden waarom de afzondering beter is dan de liefde. Liefde maakt verdraagzaam voor alles en iedereen, maar de afzondering zorgt ervoor dat ik alleen maar ontvankelijk ben voor God. Volgens Eckhart is het beter ontvankelijk te zijn voor God dan alles te dulden vanwege God. Afzondering bevrijdt van het leed van de schepping.

Afzondering is ook beter dan deemoed. Deemoed kan zonder afzondering bestaan, maar afzondering niet zonder deemoed. Volkomen afzondering is ook volkomen deemoed. In het jezelf wegcijferen raak je aan de zelfvernietiging en daarmee aan het niets. En precies om dit niets gaat het. Is onvolkomen deemoed gericht op de schepping en de schepselen en gaat zij daarmee van binnen naar buiten, in de afzondering blijf je op je innerlijk gericht: “Volkomen afzondering wil op zichzelf staan, niemand tot liefde of leed strekken, wil niets met de schepselen gelijk of ongelijk hebben, noch dit, noch dat: zij wil niets anders zijn dan zijn.”(ME II, 438, regel 10-13)

Wat de afzondering dus vooral niet wil hebben zijn eigenschappen. Hier ligt de kiem van het concept van Musils roman: “Wie dit of dat wil zijn, die wil iets zijn. Afzondering daarentegen wil niets zijn. Daarom blijven alle dingen door haar onbezwaard.” (ME II, 438, regel 13-15) Ja, Eckhart gaat zo ver dat hij zegt dat als een mens zonder eigenschappen (âne alle zuovelle) zou kunnen bestaan, dat hij dan God zou zijn (sô naeme er gotes eigenschaft an sich) (ME II, 440, regel 28-32). Maar dat is nu eenmaal niet mogelijk. Alleen God kent geen toevallen (accidenten), Hij alleen is zonder eigenschappen zijn eigen eigendom. Ulrich kan hier naar streven, bereiken kan hij het niet.

In dit streven zit een sterk terugverlangen naar het paradijs. De nostalgie naar zichzelf, dit heimwee naar de ziel, dat is dragend voor Ulrichs liefde voor zijn zuster Agathe, die deze mystieke geschriften ontdekt in Ulrichs bibliotheek en er veel met hem over praat. Uit deze lectuur komt de obsessie voor de andere toestand voort, en Ulrich en Agathe nemen het besluit hier niet alleen over te praten, maar ook de daad bij het woord te voegen en op reis te gaan naar het paradijs. God raakt daarbij op de achtergrond. Alles draait om wat tussen Ulrich en Agathe gebeurt en om de vraag of dat voor meer mensen, misschien voor iedereen betekenis kan hebben.

De reis naar het paradijs

Agathe ziet de relatie met haar broer als laatste liefdesgeschiedenis. Dat wil zeggen dat vanuit haar perspectief de gehele roman onze laatste kans is te leren wat liefde is en wat de betekenis daarvan is voor onze cultuur en onze toekomst. Door deze blik op haarzelf en haar broer wordt hun relatie exemplarisch voor wat er nog mogelijk is en wat niet. Dat geldt des te sterker omdat zij hun liefde niet alleen ziet als iets tussen hen maar zich net zoals haar broer afvraagt of de liefde tussen twee mensen niet model dient te staan voor de relaties tussen mensen in het algemeen. De liefde tussen broer en zus is beter geschikt om als model te dienen omdat zij vrij is van begeerte en drang tot bezit. Als broer en zus al incest plegen (zoals in De reis naar het paradijs), dan overtreden zij alleen maar daarom het verbod omdat zij de maatschappij willen vernieuwen en een sociale utopie willen ontwikkelen die werkelijk leidt tot een bezield verband tussen de mensen:

‘Hij wil niet dat het maar een liefdesgeschiedenis wordt,’ dacht ze, en voegde eraan toe: ‘Dat is ook hoe ik het wil.’ En onmiddellijk daarop dacht ze: ‘Hij zal na mij van geen andere vrouw houden, want dit is geen liefdesgeschiedenis meer; het is trouwens helemaal de laatste liefdegeschiedenis die er mogelijk is!’ En zij voegde eraan toe: ‘Wij zullen wel een soort Laatste Mohikanen van de liefde zijn!’ (M 1412)

In het fragment De reis naar het paradijs reizen Ulrich en Agathe naar de Adriatische kust. Ulrich heet hier nog Anders. Het gaat om een fragment uit de nalatenschap waarvan wij niet weten of Musil het wilde publiceren of niet. Er zijn stukken over de andere toestand met en zonder seks. Dit is er één met, het enige. Broer en zus zoeken een intense intimiteit en vinden dat seks die niet in de weg mag staan. Zij hebben daarom besloten naar zee te gaan, met elkaar te slapen en er zo voor te zorgen dat zij de seks achter de rug hebben en daar niet langer door kunnen worden gehinderd. Inderdaad slagen zij er zo in de andere toestand te bereiken. Na afloop staan ze buiten en kijken uit over zee:

“Ze bogen het rond van de horizon als een krans om hun heupen en keken de hemel in. Stonden nu als op een hoog balkon, in elkaar en in het onuitsprekelijke vervlochten gelijk twee gelieven die het volgende moment de leegte in zullen springen. Sprongen. En de leegte droeg hen.” (M 1759)

Er is in de roman een belangrijke link tussen nihilisme en mystiek. Nihilisme is enerzijds de maatschappij een spiegel voorhouden en laten zien dat zij zich niet langer kan rechtvaardigen omdat er geen absolute moraal bestaat. Maar nihilisme is ook en op de eerste plaats het inzicht dat de leegte niet beperkt blijft tot de waardenleegte maar op een veel dieper niveau dat de leegte een zijnservaring is die ons niet bedreigt maar juist schraagt, ondersteunt en laat zweven. Het is de meest positieve ervaring waartoe de mens in staat is, – en dat is de kern van de roman.

De zee fungeert in dit hele fragment als het absolute waar zij één mee willen worden, maar ook als een geheimzinnige macht die hen beoordeelt en voor wie zij de beproeving van hun samenzijn moeten doorstaan. De zee staat buiten de geschiedenis, en Ulrich en Agathe staan oog in oog met haar zoals de mensen dat al duizenden jaren doen. Het is een mythisch ogenblik, gekozen om te verkennen of in de liefde tussen broer en zus de kiem van de gemeenschap zit verscholen en of daardoor een nieuwe maatschappij mogelijk is.

Deze beproeving van de ziel leidt tot allerlei vragen. Willen de gelieven eigenlijk wel één worden? Is liefde smachten naar het einde van het gescheiden zijn in de gewone toestand? Of is het niet eerder zo dat men in de gewone toestand samen opgesloten zit en in de liefde eindelijk bevrijd wordt, twee kan worden, en van daaruit meervoudig zodat iedereen de liefde kan delen, zij sterker wordt en zo de gehele maatschappij kan omvatten? De andere toestand is immers niet alleen een intieme ervaring. Zij is op de eerste plaats een sociale utopie.

Hoe het ook zij. Het experiment met de andere toestand slaagt, en Ulrich en Agathe vinden de poort naar het paradijs. Met het oog op de roman in zijn geheel kan men dus zeggen dat precies zoals Meister Eckhart zegt, het afleggen van de eigenschappen met succes leidt tot de mystieke ervaring: “Het was eigenlijk wonderbaarlijk eenvoudig: met de begrenzende krachten waren alle grenzen weggevallen, en daar ze geen enkel soort scheiding meer voelden, noch in zichzelf, noch van de dingen, waren ze één geworden.” (M 1760)

Er zijn dus reflecties over hoe een maatschappij gebaseerd op liefde er uit zou zien, over hoe het niet langer God is met wie men in extase één wordt maar de leegte, en er is bovenal de zee: “Steeds weer was de grote proef de zee.” (M 1770) De zee is streng voor de minnaars. Zij noopt tot zelfonderzoek in het licht van de hemel en in het aangezicht van de oneindigheid: “De zee was als een onverbiddelijke geliefde en rivale; elke minuut was een vernietigend gewetensonderzoek. Tegenover deze wijdheid, die elk verzet opzoog, vreesden ze door een flauwte overmand te worden.” (M 1770)

Ik vind dat Marcel Wesdorps foto’s van de zee precies ditzelfde karakter van de zee tot uitdrukking brengen dat hier wordt beschreven. Wij kijken niet naar de zee, de zee kijkt naar ons, en dat roept tegenstrijdige gedachten op. Enerzijds die van oorlog, of wij haar kunnen bedwingen en of ze een voertuig wil zijn voor onze plannen, anderzijds die van vrede, opgaan in het heelal, verzoening met het oneindige, ervaring van het absolute.

Wat is nu de boodschap van de zee? Waaruit bestaat haar beproeving? De andere toestand is mogelijk. Men kan de poort van het paradijs bereiken. Het gaat om een reële ervaring van concrete mensen. Maar het is niet mogelijk deze toestand vast te houden, laat staat haar ten grondslag te leggen aan een nieuwe maatschappij. Het verhaal van Ulrich en Agathe moet mythe blijven. Men kan de andere toestand niet institutionaliseren. Zij laat zich niet in de gewone gang van zaken integreren. Alleen al uit zelfbehoud moet men wel strategisch denken en dingen doen om doelen te bereiken. Het verhaal van Ulrich en Agathe is een vertelling die geen realiteit kan worden, maar als eenmalige ervaring richting wijzend is. Gedragen worden door de leegte is slechts een kortstondige en eenmalige ervaring, maar het is niet alleen een ervaring, het is ook een norm, het is de norm: “ En aan de andere kant (van deze deemoed) lag de zee. De grote geliefde, met de pauwestaart getooid. De geliefde met de ovalen spiegel. Het opgeslagen oog van de geliefde. De god geworden geliefde. De onverbiddelijke eis.” (M 1776)

Met dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming Yport_3 op te nemen.

Advertenties